Agri-nieuws.nl

Het Agri- en Tuinbouwteam geeft periodiek een eigen nieuwsbrief uit. Wilt u de Agri-nieuws.nl ontvangen, klik hier om u aan te melden.

Stand van zaken wijziging GLB-beleid

Er wordt op dit moment nog steeds gediscussieerd over het totale EU-budget, het landbouwbudget en de vergroeningsvoorstellen. De status per begin april 2013 wordt hieronder vermeld.

Mogelijk komt er meer flexibiliteit in de drie oorspronkelijke voorstellen tot vergroening:

  • Het voorgestelde percentage (7%) ecologische aandachtsgebieden (EFA) zal mogelijk worden verlaagd. Akkerranden, bomen, slootranden en dergelijke lijken te mogen meetellen, als deze op of naast het bedrijf liggen. Wellicht komt er ook de mogelijkheid de EFA’s als groep boeren geheel of gedeeltelijk in te vullen (bijv. via een agrarische natuurvereniging).
  • Er lijkt de mogelijkheid te komen om het areaal blijvend grasland op nationaal niveau te blijven bekijken. Dit is nu al het geval in Nederland, waarbij 2003 als peiljaar wordt gehanteerd. Het peiljaar schuift mogelijk op naar 2011.
  • Telen van drie gewassen. Deze verplichting gaat mogelijk niet gelden als het bouwplan uit meer dan 75% grasland bestaat of als het totale bouwplan minder dan 10 hectare beslaat. Bij minder dan 75% grasland en een bouwplan van 10 tot 30 hectare hoeven er mogelijk maar twee verschillende gewassen geteeld te worden.

De hoogte van de toekomstige hectaresteun is mede afhankelijk van het bedrag dat Nederland wil overhevelen naar het plattelandsbeleid. Waarschijnlijk mag hiervoor maximaal 15% van het budget gebruikt worden.

Akkoord Europese regeringsleiders
Op 8 februari 2013 hebben de Europese regeringsleiders een akkoord bereikt over het EU-budget voor de periode 2014 tot en met 2020. Gevolg van dit akkoord zal waarschijnlijk zijn dat het Nederlandse budget voor toeslagrechten ten opzichte van eerdere voorstellen lager zal worden, omgerekend enkele tientjes per hectare.

Europese Parlement
Op 13 maart 2013 heeft het Europese Parlement echter de nieuwe meerjarenbegroting, zoals begin februari vastgesteld door de regeringsleiders, verworpen. Ook heeft zij aangegeven niet akkoord te gaan met de alternatieven voor de drie vergroeningseisen en vindt zij dat de verschillen in hectaresteun tussen de lidstaten sneller kleiner moeten worden. Het Europese Parlement wil de suikerquotering nog niet afschaffen.

Landbouwraad
Tijdens de landbouwraad op 18 en 19 maart hebben de ministers van Landbouw een akkoord bereikt over de vergroening, waarin bovengenoemde vormen van flexibilisering zijn opgenomen. Tevens hebben zij afgesproken dat de suikerquotering niet in 2015, maar pas in 2017 wordt afgeschaft.

Definitieve besluitvorming
De definitieve vorm van het EU-landbouwbeleid moet nu tot stand komen via onderhandelingen tussen het Europees Parlement, de ministers van Landbouw en de Europese Commissie. Deze onderhandelingen zullen eind maart beginnen. Het is de bedoeling dat het definitieve besluit in juni wordt genomen.

Wijzigingen Gecombineerde opgave

De belangrijkste wijzigingen in de Gecombineerde opgave 2013 zijn:

  • de vragen over huisvesting van dieren en drainage zijn verwijderd;
  • er zijn vragen toegevoegd over verbrede landbouw, hernieuwbare energie, beregening en werktuigen en machines;
  • op de opgave gewaspercelen moet de oppervlakte aangegeven worden, waarop een probleemgebiedenvergoeding wordt aangevraagd.

Attentiepunten Gecombineerde opgave

Let bij het invullen van de Gecombineerde opgave op de volgende punten:

  • Ga zorgvuldig na of de door Dienst Regelingen doorgevoerde perceelscorrecties juist zijn.
  • Denk aan de bemestingsvrije zones.
  • Percelen met een hoofdzakelijk recreatieve, verkeerskundige, infrastructurele of industriële functie (bijv. parken, sportvelden, onverharde landingsbanen en hobbyweides) komen niet in aanmerking voor uitbetaling van toeslagen. Geef bij twijfel deze percelen wel op bij de Gecombineerde Opgave, maar vraag er geen uitbetaling van toeslagrechten op aan.
  • Voorkom herhaalde fouten, bijvoorbeeld het herhaaldelijk te groot opgeven van een perceel. Deze kunnen leiden tot forse kortingen of uitsluitingen.
  • Denk aan het tijdelijk uit gebruik nemen van grond als landbouwgrond (bijvoorbeeld opslag zand bij bouw stal).
  • Ingediende correcties tijdens de controle door Dienst Regelingen kunnen leiden tot kortingen.
  • Denk aan de voorwaarden voor de benutting van toeslagrechten met speciale voorwaarden.
  • Toeslagrechten moeten één keer per twee jaar benut worden, anders komen ze te vervallen.
  • Het niet naleven van randvoorwaarden op het gebied van milieu, gezondheid, dierenwelzijn en eisen aan de goede landbouw- en milieuconditie kan leiden tot kortingen op de bedrijfstoeslag.
  • Als een subsidie is aangevraagd voor agrarisch natuurbeheer (SNL-a), moet via de Gecombineerde opgave een betaalverzoek ingediend worden.
  • Draagt u een perceel met een beheerssubsidie over of krijgt een perceel met een dergelijke subsidie overgedragen, dien dan voor 15 mei een meldingsformulier tot het overdragen van de beheerssubsidie in bij Dienst Regelingen.
  • De fosfaattoestand van de bodem (PAL- of Pw-waarde) moet per perceel worden opgegeven, wanneer men gebruik wil maken van een hogere fosfaatgebruiksnorm (fosfaatdifferentiatie).
  • Bedrijfstoeslagen lager dan € 500 worden niet uitbetaald. Voor de probleemgebiedenvergoeding en de SNL geldt een ondergrens van € 200.
  • Stem de gegevens met betrekking tot bemesting en beweiding goed af op uw mestboekhouding. Deze worden gebruikt bij de controle op de naleving van de mestgebruiksnormen.

Versnelde afschrijving in 2013

Het kabinet wil de kans op economisch herstel onder meer vergroten door een flinke eenmalige impuls op bedrijfsinvesteringen. Bedrijven kunnen in 2013 direct 50% van hun investering afschrijven, terwijl dat normaal maximaal 20% is. Deze regeling is onderdeel van het pakket aan maatregelen dat binnenkort door het kabinet aan de Tweede Kamer wordt gestuurd.

De nadere voorwaarden zijn op dit moment nog niet bekend. Het is echter waarschijnlijk dat de regeling hetzelfde zal zijn als die van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2011. De maatregel geldt waarschijnlijk voor investeringen in bedrijfsmiddelen, maar niet voor gebouwen, goodwill en auto’s.

Nieuwe emissienormen voor melkveestallen

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu is van plan de emissiefactoren voor melkveestallen te actualiseren. Vorig jaar werd duidelijk dat metingen van verschillende stalsystemen en vloeren hogere emissiewaarden opleverden dan aanvankelijk was berekend. Uit onderzoek van Wageningen UR bleek dat de emissie uit traditionele ligboxenstallen hoger is dan de huidige norm van 11 kg ammoniak per dierplaats, namelijk 13 tot 14 kg. Een verklaring moet gezocht worden in ruimere stallen en een grotere oppervlakte roostervloer per koe.

De actualisatie houdt in dat bij de beoordeling van emissiearme vloersystemen waarschijnlijk een vergelijking wordt gemaakt met de geactualiseerde emissiewaarde van 13 tot 14 kg. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2014.

Wanneer emissiearme stalvloeren, die in februari 2011 met een voorlopige emissiefactor in de bijlage bij de Regeling ammoniak en veehouderij zijn opgenomen, niet bemeten worden, zullen deze in 2014 uit de bijlage worden verwijderd en derhalve niet meer gebruikt kunnen worden. Het meten van proefstallen is een voorwaarde om voor een voorlopige emissiefactor in aanmerking te komen.

Strengere eisen brandveiligheid stallen

De Staatssecretaris van Economische Zaken heeft aangekondigd dat veestallen voortaan brandveiliger gebouwd moeten worden.

Eisen
Het is de bedoeling om in het Bouwbesluit onder de categorie lichte industrie een aparte subcategorie voor het bedrijfsmatig houden van dieren te introduceren en de regelgeving voor deze categorie op de volgende onderdelen aan te scherpen:

  • Bij nieuwbouw moet de technische ruimte minimaal 60 minuten brandwerend zijn. Een brand ontstaat vaak in deze ruimte door kortsluiting.
  • Bij nieuw- en verbouw moeten constructieonderdelen van en aankleding in stallen tenminste voldoen aan brandklasse B. Een brand kan zich in een stal vaak snel uitbreiden via deze onderdelen of aankleding.
    • Ingangsdatum
      De maatregelen zullen worden ingevoerd door een wijziging van het Bouwbesluit 2012. Vaststelling en publicatie van deze wijziging is voorzien per oktober 2013. Om de bouwers en ontwerpers van veestallen de gelegenheid te geven om hun bouw- en ontwerpwijze aan te passen, zal de wijziging niet direct in werking treden, maar in principe op 1 januari 2014.

Marktintroductie energie-innovaties

Glastuinbouwbedrijven die willen investeren in innovaties om het energieverbruik te verminderen, kunnen ook dit jaar een MEI-subsidie aanvragen. Deze regeling wordt opengesteld van 1 mei t/m 14 juni 2013. De subsidie is bestemd voor investeringen in een duurzaam energiesysteem waarmee het primaire energieverbruik omlaag gaat en de uitstoot van CO2 wordt verminderd.

Telers kunnen subsidie krijgen voor investeringen in energiesystemen die in de beginfase van de marktintroductie zitten. Deze energiesystemen dienen de CO2-uitstoot te verminderen. Er zijn twee soorten energiesystemen waarvoor men subsidie kan aanvragen:

  • semi-gesloten kassystemen;
  • overige innovatieve energiesystemen m.u.v. aardwarmtesystemen.

Subsidie voor fijnstofmaatregelen 1 april open

Kleine en middelgrote landbouwondernemingen die de uitstoot van fijn stof op hun bedrijf met minstens 25% willen verminderen kunnen hiervoor subsidie krijgen. De openstelling van de subsidie Fijnstofmaatregelen is van 1 april 2013 tot en met 15 mei 2013.

Waarvoor subsidie
De subsidie is voor investeringen in één of meer technieken die de uitstoot van fijn stof met minstens 25% verminderen. Wilt u daarnaast ook investeren in een techniek die het aantal overschrijdingsdagen vermindert, dan kunt u daar ook subsidie voor krijgen.

Hoeveel subsidie
Het ministerie van Economische Zaken stelt € 10 miljoen beschikbaar voor deze subsidie. Per aanvraag wordt maximaal 55% vergoed van de kosten die onder de subsidie vallen, met een maximum van € 400.000 per aanvraag.

Het Activiteitenbesluit is van kracht

Per 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit, deel agrarische activiteiten, van kracht. Het Activiteitenbesluit komt in plaats van het Besluit glastuinbouw. Naast het Activiteitenbesluit is ook een Regeling van kracht, waarin een deel van de voorschriften nader is uitgewerkt.

Allerlei partijen, het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de gemeenten en waterschappen en de sector, gaan in de komende periode tuinders en andere betrokkenen informeren over de inhoud van dit Besluit.

Enkele hoofdpunten uit het Besluit:

  • In het Besluit zijn de emissienormen opgenomen. Tuinders, die op substraat telen, moeten vanaf 1 januari 2013 voldoen aan de norm die geldt voor de categorie gewassen die de tuinder teelt. De norm is een maximaal toegestane hoeveelheid totaal stikstof (N) in kg die een tuinder per jaar per hectare mag lozen op oppervlaktewater of riolering. De normen worden periodiek aangescherpt. Vanaf 2015 geldt een strengere norm. Ook deze staat al vermeld in het Besluit. De normen staan in artikel 3.66 van het Besluit. In artikel 3.75 van de Regeling staat de indeling van de gewassen naar categorie.
  • De verplichting om gebruik te maken van de diensten van een geaccepteerde deskundige is vervallen. Vanaf 1 januari mogen tuinders zelf een milieurapportage indienen bij de Uitvoeringsorganisatie-IMT. Hiervoor is de UO-website aangepast. De nieuwe website is uiterlijk 14 januari 2013 live. Tuinders kunnen de rapportage over 2012 dus zelf invoeren op de website. Dit gaat volgens het nieuwe model-rapportageformulier, dat opgenomen is als bijlage 6 van de Regeling.
  • De eisen aan de milieurapportage en aan de registratie zijn aangepast. In de regeling is het nieuwe modelrapportageformulier met de rapportage-eisen als bijlage opgenomen. Dit formulier geldt voor de rapportage over 2013, die in 2014 wordt aangeleverd. Het modelrapportageformulier is als bijlage bijgevoegd bij deze nieuwsbrief. Samengevat betekent dit het volgende voor de rapportage door de tuinders:

    • Substraattelers moeten minimaal 7 of 13 keer per jaar een monster nemen voor het vaststellen van de waarden van totaal N (stikstof) en P (fosfaat) in het te lozen drainwater.
    • Voor grondtelers geldt nog steeds de verplichting om minimaal eens per kwartaal (4 keer per jaar) een monster te nemen van het drainagewater en de gehaltes aan N en P vast te stellen.
    • De verplichting om het verbruik van energie te rapporteren is komen te vervallen. Telers moeten nog wel het gasverbruik rapporteren aan het Productschap Tuinbouw in het kader van het CO2-sectorsysteem.
    • Zogenaamde combitelers, die deels op substraat en deels in de grond telen, rapporteren voor beide teelten apart. De teler moet voor de substraatteelt rapporteren wat de lozingswijze is (wordt er geloosd en waarop?), hoeveel drainwater er is geloosd in elke periode van 4 weken en de gehaltes aan stikstof en fosfor in het drainwater (7 of 13 keer gemeten). Voor de teelt in de grond gelden dezelfde eisen, zij het dat de gehaltes aan stikstof en fosfor in het drainagewater minimaal 4 keer per jaar moeten worden bepaald. Daarnaast moet de teler het vebruik aan meststoffen rapporteren in kg stikstof (N) en kg fosfor (P). De tuinder moet het teeltplan voor de substraatteelt en voor de teelt in de grond apart rapporteren. Als de tuinder in de grond teelt moet tevens worden vermeld voor welke gewassen de tuinder assimilatiebelichting heeft gebruikt.
    • Zie voor de precieze rapportage-eisen het modelrapportageformulier. De rapportage-eis voor de substraattelers staat in artikel 3.68 van het Besluit en voor telers in de grond in artikel 3.73.
    • Het bevoegd gezag kan via een maatwerkvoorschrift andere eisen stellen aan de wijze van berekenen, registreren of rapporteren. Dit is nieuw. Als blijkt dat in de praktijk voor een tuinder een deel van de registratie- en/of rapportage-eisen moeilijk uitvoerbaar is kan het bevoegd gezag via een maatwerkvoorschrift deze eis voor de betreffende tuinder aanpassen.

Belangrijke data

1 april t/m 15 mei 2013
Gecombineerde opgave 2013

1 april t/m 15 mei 2013
Aanvraagperiode toeslagrechten uit nationale reserve (overheidsingrijpen)

1 april t/m 15 mei 2013
Aanvraagperiode subsidie investeringen in technieken ter vermindering van fijn stof

4 april 2013
Openstelling subsidie SDE+

1 mei t/m 14 juni 2013
Aanvraagperiode subsidie Marktintroductie energie-innovaties (glastuinders)

15 mei 2013
Uiterste datum aanmelding stikstofdifferentiatie suikerbieten en fritesaardappelen op kleigrond

15 mei 2013
Uiterste datum melding overdragen beheereenheid (SNL-subsidie)

Koenen en Co is lid van Nexia International - Copyright 2013 Koenen en Co - Disclaimer - Colofon