Afkopen VAMIL-compensatie mogelijk
De VAMIL-regeling maakt het mogelijk om investeringen in duurzame stallen en kassen tot maximaal de restwaarde willekeurig af te schrijven. Ondernemers die in 2007 of 2008 geïnvesteerd hebben in duurzame kassen en stallen kunnen slechts afschrijven tot de bodemwaarde (50% van de WOZ-waarde). Om die reden is voor deze ondernemers een compensatieregeling ingevoerd. De compensatie bestaat uit het misgelopen rentevoordeel.
Aangezien deze compensatieregeling een aantal nadelen kent, is eind vorig jaar besloten de mogelijkheid te bieden de VAMIL-compensatie af te kopen tegen een waarde van 60% van het nadeel.
Ondernemers mogen zelf kiezen of ze gebruik willen maken van de afkoopregeling of vasthouden aan de overeenkomst die ze hebben ondertekend. Zodra de nieuwe afkoopovereenkomst is ondertekend, ontvangt de ondernemer de afkoopsom. De overeenkomst wordt maart/april 2012 toegestuurd door Dienst Regelingen. Voorwaarde is dat men zich in 2010 aangemeld heeft voor compensatie. Het maakt niet uit of de oude overeenkomst wel of niet ondertekend is en of men al heeft kunnen afschrijven op de stal of kas. Er hoeft ook niet gewacht te worden tot de bodemwaarde is bereikt. Bovendien is er geen sprake van een voorschot en latere afrekening.
Joost Hooijman tel. 06-51891236
Forse mestboetes opgelegd
De laatste tijd worden weer regelmatig mestboetes opgelegd door Dienst Regelingen vanwege (vermeende) overschrijdingen van de gebruiksnormen voor mest. Het gaat daarbij vaak om bedragen van tienduizenden euro’s. Ondanks dat het huidige meststelsel al enige jaren in gebruik is, blijkt er in de praktijk nog steeds veel onduidelijkheid te bestaan over de toepassing daarvan. Dienst Regelingen neemt daardoor soms standpunten in bij het opleggen van een boete, die vervolgens door de rechter moet worden beoordeeld op de juistheid ervan. Enkele voorbeelden:
Intrekking derogatie bij overschrijding gebruiksnormen
Dienst Regelingen stelt dat bij een overschrijding van de gebruiksnormen niet voldaan is aan de voorwaarden van toepassing van derogatie. Dit betekent dat de stikstofgebruiksnorm terugvalt van 250 naar 170 kg stikstof per hectare, met een forse boete als gevolg. In een paar gevallen heeft een rechtbank aangegeven dat een dergelijke intrekking van derogatie niet terecht is. Het hoger beroep hiertegen is nog in behandeling.
Verrekening tussen diertakken niet toegestaan
De Meststoffenwet geeft aan dat de berekening van de gebruiksnormen op bedrijfsniveau moet plaatsvinden. Met name op pluimveebedrijven komt het regelmatig voor dat de afgevoerde hoeveelheden stikstof en fosfaat groter zijn dan de productie. Daardoor ontstaat er op papier ruimte voor verrekening met andere diertakken op het bedrijf of voor de aanvoer van dierlijke mest. Dienst Regelingen maakt in dergelijke situaties een aparte berekening van de verschillende diertakken. Waarschijnlijk zal de rechter moeten bepalen of het standpunt van Dienst Regelingen juist is.
Onvolledige registratie bij Bedrijfsspecifieke EXcretie
Veel melkveebedrijven behalen een aanzienlijk voordeel door toepassing van de bedrijfsspecifieke excretie (BEX). Hiervoor is een handleiding opgesteld, waarin de voorwaarden voor bemonstering en administratie zijn opgenomen. Bij controles van de AID blijkt regelmatig dat aan deze voorwaarden niet wordt voldaan. Geconstateerde tekortkomingen zijn: niet bemonsterde partijen voer, onvolledige vastlegging aangelegde kuilen en onvolledige administratie van voorraden voer aan het begin en het einde van het jaar. Verder ontdekt de AID vaak verschillen tussen de werkelijke voerrantsoenen en die op basis van de BEX en afwijkingen tussen de BEX- en de financiële administratie.
Toepassing stikstofgat
Op veel bedrijven speelt het zogenaamde stikstofgat. Er is vaak wel een sluitende fosfaatboekhouding, maar de overschrijding van de stikstofgebruiksnorm blijft. Dienst Regelingen stelt dat het stikstofgat alleen bij staldieren toegepast mag worden. Voor een goede berekening is het essentieel dat de juiste mestcodes worden gebruikt bij de afvoer van mest.
Toepassing fosfaatdifferentiatie
Diverse bedrijven hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de fosfaattoestand (PAl of PW-waarde) van de percelen op te geven bij de gecombineerde opgave. Dit betekent dat zij volgens Dienst Regelingen geen gebruik kunnen maken de hogere fosfaatgebruiksnorm welke geldt voor gronden met een lage of neutrale fosfaattoestand. Het gevolg is vaak een aanzienlijke inperking van de fosfaat-gebruiksruimte.
Bemonstering percelen
In het kader van derogatie dienen alle percelen minimaal éénmaal per vier jaar bemonsterd te worden. De regels voor de wijze van bemonstering zijn eind 2009 aanzienlijk aangescherpt. Van naast elkaar liggende percelen mag onder voorwaarden één grondmonster worden genomen. In de praktijk wordt hier regelmatig te gemakkelijk mee omgegaan. Verschillende percelen worden tot één grondmonster gerekend, terwijl in sommige gevallen uit het analyseverslag duidelijk blijkt dat maar één perceel bemonsterd is. Dienst Regelingen stelt dan dat er niet is voldaan aan de voorwaarden voor het toepassen van derogatie met een hoge boete als gevolg. De kosten van een extra grondmonster zijn relatief laag en staan niet in verhouding tot het risico van het mislopen van derogatie.
Voordat Dienst Regelingen overgaat tot het opleggen van een mestboete, stuurt zij eerst een voornemen tot het opleggen van een mestboete. Het is zaak hier serieus op te reageren: door het indienen van een zienswijze kan vaak veel (financiële) ellende worden voorkomen.
Frank Smets tel. 06-13005814
Verlenging termijnen uitvoering investeringen bij LNV-subsidies
Aanvragers van de subsidieregelingen voor jonge landbouwers, voor gecombineerde luchtwassystemen en milieuvriendelijke maatregelen krijgen meer tijd om de investeringen uit te voeren.
Bij investeringssubsidies van het Ministerie van EL&I geldt veelal de voorwaarde dat pas een aanvang mag worden gemaakt met investeringen nadat de goed-keuring van de aanvraag is ontvangen. De investeringen moeten binnen een bepaalde termijn uitgevoerd zijn, net als de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
Het ministerie is nu tot de conclusie gekomen dat de vaststellingsaanvragen soms niet tijdig kunnen worden ingediend vanwege procedures met betrekking tot het verkrijgen van een wettelijk vereiste vergunning. Omdat het veelal procedures betreft die buiten de invloedssfeer van de subsidieaanvrager liggen, wordt de termijn van subsidievaststelling voor enkele regelingen verlengd van twee naar drie jaar. Dit betreft de subsidieregeling voor jonge landbouwers, voor gecombineerde luchtwassystemen en voor milieuvriendelijke maatregelen.
Voor subsidieaanvragers die in 2010 of 2011 subsidie verleend hebben gekregen, wordt de termijn van subsidievaststelling zonder nadere voorwaarden verlengd van twee naar drie jaar.
Joost Hooijman tel. 06-51891236
Financieren wordt steeds meer een opgave
Ook agrarische bedrijven krijgen meer moeite om hun plannen gefinancierd te krijgen. Steeds vaker zien deze ondernemers zich gedwongen hun plannen aan te passen of zelfs af te blazen. De kredietcrisis en de bankregels maakt dat banken steeds kritischer worden bij het verstrekken van financieringen. Wat speelt er en wat kunt u doen?
Bankregels
Banken zijn verplicht om een hoeveelheid eigen vermogen aan te houden. Deze zogenaamde vermogenseis is de laatste tijd onder druk van de kredietcrisis verder aangescherpt. Om aan de strengere vermogenseisen te kunnen voldoen, kunnen banken aandelen uitgeven, kosten verlagen door bijvoorbeeld geen bonussen meer uit te keren, winst toevoegen aan het eigen vermogen of het eigen vermogen in stand houden en de kredietportefeuille inkrimpen.
De huidige markt
In het huidige economische klimaat worden banken gedwongen af te schrijven op verstrekte leningen aan bedrijven en overheden. Griekenland is daar een ernstig voorbeeld van. Dit gaat ten koste van het vermogen van banken. Als een bank € 100 miljoen moet afschrijven op een Griekse lening, dan daalt bij een vermogenseis van 8% de mogelijkheid om kredieten te verstrekken met € 1,25 miljard. Zij zien dus aan de ene kant hun eigen vermogen afkalven, terwijl zij aan de andere kant verplicht worden hun vermogen te versterken. Dit leidt tot minder mogelijkheden om kredieten te verstrekken aan bedrijven.
Wat betekent dit voor de agrarische sector?
Het denken in risico’s, het behoud van het eigen vermogen van de bank en de steeds strenger wordende bankregels raken ook de agrarische sector. De agrarische sector bevindt zich in de ogen van de meeste banken in een onzekere periode van sterk veranderende inkomens en wijzigende regelgeving. Dit geeft een verandering in het denken over het financieren van agrarische ondernemingen. Onroerend goed was in het verleden zo veilig als de kluis van de Nederlandse Bank. Dat dit nu niet meer zo is, hebben banken gemerkt. Daarop hebben zij hun werkwijze aangepast. Financieringen van grond leveren relatief weinig problemen op, maar die van kassen, bedrijfsgebouwen, bedrijfswoningen en stallen zijn veel lastiger. Financieringen van investeringen op vrijwel grondloze bedrijven zoals intensieve veehouderij en glastuinbouw leveren daarom vaak de nodige moeite op.
Financieren in de ogen van de bank
Banken kijken globaal naar drie zaken:
Wat kan een ondernemer concreet doen?
Als ondernemer kunt u zich voorbereiden op deze denkwijze van uw bank. Kleine zaken daarbij zijn bijvoorbeeld het optimaliseren van de bedrijfsvoering, kritisch zijn op kosten en uitgaven, klein houden van voorraden en scherp letten op betalingstermijnen. Hiermee verkleint u niet alleen de vermogensbehoefte van uw bedrijf, maar laat u ook zien dat uw ondernemerschap stevig staat. U werkt zo aan het verkleinen van de vermogensbehoefte en het optimaliseren van de kasstroom van uw bedrijf, twee zaken waar een bank zwaar aan tilt.
Als u de stap zet om een investering te doen, verplaatst u zich dan eens in de rol van een potentiële koper: zou u uw eigen bedrijf kopen in de oude en in de nieuwe situatie of koopt u liever een bedrijf dat ergens anders te koop staat? Voegt deze investering echt wat toe aan uw bedrijf?
Waarom wil een bank geen financiering verstrekken?
Als gevolg van de nieuwe bankregels zijn banken verplicht om te vertellen waarom zij een financiering niet verstrekken. Dit kunnen verschillende redenen zijn. Een afwijzing kan liggen in uw plan, in het risico dat de bank in uw markt ziet of het marktaandeel dat een bank al heeft in een bepaalde sector. Een groot marktaandeel betekent een groot risico voor een bank. Kennis over de reden van afwijzing helpt u uw volgende financieringsaanvraag te verbeteren.
Marion Smits tel. 06-23059074
Korting waarde toeslagrechten
Vanaf 2012 stelt het ministerie van EL&I stelt meer geld beschikbaar voor een duurzame en innovatieve landbouw. Dit gebeurt in de vorm van subsidie voor duurzame stallen en precisielandbouw en risicofondsen voor dier- en plantenziekten.
Het hiervoor benodigde geld komt uit onbenutte middelen en door een korting op de bedrijfstoeslag. Deze verlaging van de bedrijfstoeslag gebeurt door de waarde van de toeslagrechten per 15 mei 2012 met 2,5% te korten.
Als de totale waarde van de toeslagrechten door deze korting onder de € 500 uitkomt, wordt de bedrijfstoe-slag niet uitbetaald. Dit kan voorkomen worden door extra toeslagrechten bij te kopen of door de toeslag-rechten te verkopen. Ook kan er voor gekozen worden om de toeslagrechten te huren of te verhuren. Dit kan echter alleen in combinatie met het pachten of ver-pachten van grond. De aankoop, verkoop, huur of verhuur van toeslagrechten moet voor 31 maart 2012 gemeld worden aan Dienst Regelingen.
Frank Smets tel. 06-13005814
Planning gebruik meststoffen 2012
Nu de uitrijdperiode voor mest binnenkort weer aanbreekt, is het een goed moment om een planning voor de aanwending van dierlijke meststoffen, kunstmest en overige meststoffen te maken. Bedrijven die gebruik maken van derogatie hebben al een bemestingsplan, maar ook voor andere bedrijven is het zinvol een goede planning op te stellen om achteraf niet geconfronteerd te worden met een overschrijding van de gebruiksnormen.
Hou er rekening mee dat de fosfaatgebruiksnormen en voor sommige gewassen de gebruiksnorm stikstof zijn aangepast en dat er ook geen ‘vrijgestelde meststoffen’ meer bestaan.
Het is goed om regelmatig te controleren of de werkelijke gehalten in de aan- of afgevoerde mest overeenkomen met de gehalten in de prognose. Voer de totale benodigde mest bij voorkeur niet in één keer aan, zodat u op basis van de werkelijke gehalten de aan te voeren hoeveelheid nog kunt aanpassen.
George Lanckohr te. 06-12521116
Controles antibioticagebruik
Bent u rundvee- of varkenshouder met 5 of meer dieren, dan dient u vanaf 1 januari 2012 te beschikken over een bedrijfsgezondheids- en behandelplan. Deze moeten opgesteld worden in overleg met de vaste dierenarts. Dit is een maatregel om het gebruik van antibiotica in de veehouderij te verminderen op grond van de eind vorig jaar vastgestelde PVV-verordeningen.
Bedrijven moeten zich laten controleren op naleving van de verplichtingen (registratie antibioticagebruik, opstellen bedrijfsgezondheids- en behandelplan). Dit kan door aanmelding bij een door het PVV aangewezen controleorganisatie of via deelname aan een erkend kwaliteitssysteem. De controles op de naleving van de verordeningen zullen dit kwartaal starten.
Tip Beschikt u nog niet over een bedrijfsgezondheids- en behandelplan, neem dan op korte termijn contact op met uw dierenarts. Daarmee voorkomt u dat er een tuchtrechtelijke boete wordt opgelegd.
George Lanckohr tel. 06-12521116
Controleer uw WOZ-beschikking
Binnenkort ontvangt u weer het jaarlijkse aanslagbiljet voor de gemeentelijke heffingen. Hierin is ook de WOZ-beschikking opgenomen. Daarbij wordt voor het jaar 2012 uitgegaan van de waarde op 1 januari 2011. Gezien de economische crisis zou de WOZ-waarde lager moeten uitvallen dan in het voorgaande jaar. De WOZ-waarde is niet alleen van belang voor de OZB-aanslag, maar ook voor uw afschrijvingsmogelijkheid.
Indien u het niet eens bent met de vastgestelde waarde van uw woning of bedrijfspand, dan kunt u tot 6 weken na dagtekening van het aanslagbiljet bezwaar maken tegen de WOZ-beschikking.

